Hongerdoek 2009-2010 van Tony Emekwa Nwachukwu, Bewahrung der Schöpfung
Verdeling van het hele beeldvlak
Het beeld is verdeeld in een viertal grotere vlakken. Een donker bruinblauw vlak, dat overgaat in paars, een lichtbeige vlak met de uitgestrekte arm, een wit vlak en een grotendeels groen vlak. In het linker bovendeel van het doek, boven het donkere gedeelte, is een arm met een uitgestoken vinger te zien, die raakt aan het handvat van een boekrol (verwijzing naar schepping van Adam door Michelangelo). Wat opvalt is dat de mooie gestileerde hand van Michelangelo veranderd is in een stevige mensenhand. Het handvat van de boekrol is een bot, maar wel in een groene kleur. Die scheppende hand en de Tora-rol die om het bot heen gewikkeld wijst op zorg voor nieuw leven. De boekrol is namelijk uitgerold en staat vol met afbeeldingen. Een witte rand loopt links langs het groene vlak naar beneden en maakt zo een duidelijke scheiding met het donkere vlak. Rechtsonder is een vlak dat vanuit groen begint, waarin mensenfiguren staan.
Om de beweging in hele vlak te zien is het belangrijk de kijkrichting te volgen die de kunstenaar oproept. De kijkrichting loopt via het donkere vlak naar de hand die raakt aan de Tora-rol: vandaar naar het witte vlak dat via het midden daarvan, de duif, uitloopt op het groene vlak; via de korenaar, die wijst naar het vlak met het jongetje kom je weer terug in het donkere vlak. En vanuit dat vlak richt zich de aandacht weer op de hand met de wijzende vinger.
Als de kijkrichting in verband wordt gebracht met het thema en de lezingen, is het beter om te beginnen met de hand (Genesis 9,8-15), in plaats van met het donkere vlak, alhoewel daar toch eerst de aandacht op zal vallen.
Het doek per beeldvlak bekeken en de beeldvlakken verbonden
De uitgestoken hand, de Tora-rol en de duif
De scheppende hand in het beige vlak loopt achter langs de uitstoot van de fabriekstorens en raakt het handvat van de Tora-rol. De Tora biedt ons handvaten voor het leven. De Eeuwige gaat een verbond aan met de mensen en geeft de Tora. De Tora-rol loopt uit in het witte en groene vlak: die vlakken ontrollen zich vanuit de Toratol. Dit witte vlak loopt uit in een kop van een duif (de heilige Geest) die als het ware het rechterdeel van het doek ondersteunt en met zijn snavel wijst naar de vlam die tussen de mensen straalt. Jezus beloofde de heilige Geest als helper te sturen. De lijnen van het beige vlak met de scheppende hand van de Eeuwige lopen door rond de Tora-rol en de duif.
Interpreterend: aan het hele gebeuren op aarde, de geschiedenis van de mensheid en alle wezens en verschijnselen gaat de scheppende hand van de Eeuwige vooraf. Deze raakt aan de Tora-rol, die weer (en telkens weer) de basis, de grondregel vormt voor al het leven op aarde, gesteund door de duif, de heilige Geest, die al vanaf de schepping werkzaam is.
Het witte beeldvlak
Dit vlak staat vol met afbeeldingen, met hier en daar een beetje kleur, zonder perspectief geschilderd als een onbevangen kindertekening of een rotstekening. Er zijn drie lagen te onderscheiden, waarin de zes scheppingsdagen weergegeven zijn. Het maakt een vrolijke indruk. Probeer aan de hand van de elementen in het witte vlak de scheppingsdagen aan te geven (zie Genesis 1). Wit is ook de kleur van zuiverheid, ongereptheid.
Interpreterend: de hele schepping wordt uitgebeeld. Dit beeldvlak ontrolt zich als een Tora-rol: in de Tora en de uitbreiding die Jezus daaraan geeft, vindt elk mens aanwijzingen hoe met de schepping om te gaan op weg naar een messiaanse toekomst. Daaraan kunnen we steeds opnieuw ons gedrag ten opzichte van mens en schepping ijken. Het witte vlak loopt uit in de kop van een duif. Eigenlijk komt die duif ook uit het vlak waarin de scheppende hand zichtbaar is. God geeft zijn Geest aan de schepping, aan ons, nu nog steeds.
Het groene beeldvlak
Via de duif, symbool voor de heilige Geest, komen we in het groene vlak, dat een weelderig groen laat zien, een soort paradijs. Vertegenwoordigers van alle continenten staan met een kind samen rond het licht: een kaars waarop de alfa en omega staan, symbolen voor Christus als het begin en het einde. Iedere vertegenwoordiger van een continent heeft een gave bij zich: de Europese vrouw draagt een schaal water met een vis, de man uit Latijns-Amerika een korenaar, de Aziaat een bijzondere vogel, de Arabier een olielamp, de Afrikaanse vrouw een plant met aparte, misschien wel geneeskrachtige bloemen. Het betreft de dieren in het water, de vruchten van het veld, de vogels in de lucht, de welriekende olie of juist de olie uit de aarde – gedragen door de Arabier – en de bijzondere bloemen. Naast hen staat als zesde een kind: het heeft een roodbruin lam vast. Het kind lijkt, als je goed kijkt, op het kind dat in het linkervlak probeert te overleven, drijvend op de drum in het water. Achter het hoofd van de Afrikaanse vrouw is in het groen nog een stilering van een paradijselijke natuur zichtbaar met water, bomen, vogels en een vis of een boot met daarop een visser (het Afrika van de schilder?). Daarnaast – als tegenbeeld van de giftig dampende fabrieken aan de linkerzijde – zijn in een ronde cirkel fabrieksgebouwen zichtbaar, maar deze zijn omgeven door blauwe lucht, bomen en helder water. Industrie is nodig maar kan ook op een schone manier. De mensen zijn verzameld rond de bovenrand van een aardbol, met rode (Afrikaanse?) aarde.
Interpreterend: de Geest als helper van de mensen is door Jezus voor zijn dood al beloofd. Door het vuur van de Geest komen de mensen van allerlei religies en culturen samen en brengen hun gaven mee om die te delen. In hun midden brandt het licht van de paaskaars: de verrijzenis van Christus (alfa en omega) biedt telkens opnieuw een kans aan de mens om zijn leven te veranderen. In de ontmoeting van al die verschillende mensen en hun uiteenzetting met elkaar helen zij zichzelf en de aarde. Naast de vertegenwoordigers van de continenten staat een kind. Door die samenwerking die geïnspireerd wordt door de Paaskaars, als teken van de Verrezene en door de werking van de Geest, is het kind van het linkerdeel van het beeld gered. Het lam in zijn armen verwijst naar Christus. Zo maken mensen samen opnieuw zichtbaar hoe de schepping bedoeld is en hoe de mens kan werken aan de aarde en het hemels koninkrijk.
Het donkere blauwbruine beeldvlak
Het blauwbruine vlak straalt een sombere stemming uit. Het water baant zich kolkend een weg. Er zit diepte in dit deel van de schildering, het blauw gaat over in een doods bruin. Een dode boom op de rand van het water, een scheef gezakt huis, land waar geen levend groen meer te bekennen is, een half vergane vis drijvend in het water, een fabriekstoren waar wolken vieze stoffen uitkomen. En in het midden de kleine jongen, hij zit op een drum waar een gevarenteken op staat. De voorkant van de drum is open gegaan en de inhoud komt in het water terecht: dat is te zien aan de verkleuring in het water. De jongen weet zich drijvend te houden, maar hoe lang nog?
Interpreterend: Het kind in zijn apocalyptische omgeving (de noodkreet van de aarde) is duidelijk en realistisch afgebeeld. Door het kind in de stervende natuur af te beelden wordt het hongerdoek tot realiteit: de realiteit waar wij mensen van nu mee te maken hebben. Alleen is dit niet het verhaal van Noach, maar het resultaat van hoe wíj omgaan met de schepping.
Maar in dat vlak komt de korenaar van de indiaan binnen, dit teken van leven verbindt het groene vlak met het blauwbruine vlak. De indiaan kan misschien (ons allemaal) helpen met zijn liefdevolle relatie tot de aarde. Deze indiaan legt de verbinding tussen de lijdende aarde en de groepen van de volken die samen werken, leven en delen.
Verbinding van het blauwbruine beeldvlak met de hand en de Tora-rol
Bovenaan in het donkere vlak gaat het bruin over in vuil paars waarin fabriekstorens zichtbaar worden. Die torens doorboren het lichtbeige vlak en tasten de schepping aan. Hun uitstoot wordt geblazen naar de arm die wijst naar de Tora en die raakt aan de Geest. Telkens weer sluit de Eeuwige een verbond met ons. Als we gericht zijn op het helen van de aarde, het brengen van vrede, het leren omgaan met elkaar zonder oorlog en met respect, hebben we geen andere keuze dan telkens weer opnieuw beginnen: bij die scheppende hand van de Eeuwige, bij de Tora en de leefregels van Jezus, bij het Messiaanse beeld van een nieuwe hemel en nieuwe aarde en bij de mensen die elkaar ontmoeten, respecteren en verdragen in al hun diversiteit, gedragen door de Geest.
Bron: vastenactie
Geen opmerkingen:
Een reactie posten